Dubbele bodems

Matteüs 21: 1-11

Matteüs 21: 1-11 | Dubbele bodems
maart 29, 2026
Kirk Franklin
Matteüs 21: 1-11
Meindert Burema
Gebruik in de dienst: Na de lezing
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Herken je in dit verhaal hoe je door een massa meegesleept kunt worden?
Vraag 2: Heb je iets dergelijks wel eens meegemaakt bij een demonstratie die uit de hand liep?
Vraag 3: Hoe kan je geloof je helpen om staande te blijven in het geval van `dubbele bodems`?

‘Dubbele bodems’

De intocht van Jezus in Jeruzalem is het begin van een reeks indrukwekkende gebeurtenissen. Het heeft alle trekken van een enthousiaste inhuldiging. Alsof Hij een gouden medaille gewonnen heeft bij een of ander event. En tegelijk ervaren we de dubbele bodem van het geheel. Licht en duisternis strijden om de eerste plaats. Waves gaan door de menigte. Het gejuich is niet van de lucht en de spreekkoren galmen door de stad: `Hosanna…` Maar waar het nu echt om gaat? Pijnlijk hoe snel het gejubel verandert in krijsende afwijzing van Jezus. Hoe snel kunnen we omslaan in onze meningen en joelen we mee met de wolven in het bos…

Dat lijkt de massa te ontgaan. Massa`s schieten wel vaker tekort waar het gaat om begrip. Een vrouw, die op een later moment Jezus zalft met nardusolie, heeft er meer kaas van gegeten. Individu tegenover de massa. Waar het volk vele steken laat vallen, ontmoeten we, te midden van die dubbele bodems, deze vrouw die niet meejoelt met de massa. Zij laat haar hart spreken. De aanschaf van de olie moet al haar spaargeld hebben gekost en de omstanders zullen haar ongetwijfeld voor gek hebben verklaard. Deze vrouw heeft werkelijk oog voor Jezus en daarmee laat ze ons het draaiboek zien op weg naar kruis en opstanding. Zij weet door dingen heen te kijken en laat zich niet meeslepen door de macht van de massa. En met het teken van de zalving zingt zij haar eigen versie van het `Hosanna`. De dubbele bodems liggen nu bloot…

Share:

Matteüs 21: 1-11

Intocht in Jeruzalem
1Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. 2Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. 3En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ 4Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: 5‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’
6De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. 7Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. 8Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. 9De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’
10Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. 11Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’