‘Dubbele bodems’
De intocht van Jezus in Jeruzalem is het begin van een reeks indrukwekkende gebeurtenissen. Het heeft alle trekken van een enthousiaste inhuldiging. Alsof Hij een gouden medaille gewonnen heeft bij een of ander event. En tegelijk ervaren we de dubbele bodem van het geheel. Licht en duisternis strijden om de eerste plaats. Waves gaan door de menigte. Het gejuich is niet van de lucht en de spreekkoren galmen door de stad: `Hosanna…` Maar waar het nu echt om gaat? Pijnlijk hoe snel het gejubel verandert in krijsende afwijzing van Jezus. Hoe snel kunnen we omslaan in onze meningen en joelen we mee met de wolven in het bos…
Dat lijkt de massa te ontgaan. Massa`s schieten wel vaker tekort waar het gaat om begrip. Een vrouw, die op een later moment Jezus zalft met nardusolie, heeft er meer kaas van gegeten. Individu tegenover de massa. Waar het volk vele steken laat vallen, ontmoeten we, te midden van die dubbele bodems, deze vrouw die niet meejoelt met de massa. Zij laat haar hart spreken. De aanschaf van de olie moet al haar spaargeld hebben gekost en de omstanders zullen haar ongetwijfeld voor gek hebben verklaard. Deze vrouw heeft werkelijk oog voor Jezus en daarmee laat ze ons het draaiboek zien op weg naar kruis en opstanding. Zij weet door dingen heen te kijken en laat zich niet meeslepen door de macht van de massa. En met het teken van de zalving zingt zij haar eigen versie van het `Hosanna`. De dubbele bodems liggen nu bloot…