KWETSBAAR
Markus 9: 14-29 gaat over een zieke jongen. Zijn vader komt bij Jezus, want hij weet het gewoon niet meer. Er heeft een ‘onreine geest’ bezit van zijn zoon genomen, en al een hele tijd smijt deze de jongen alle kanten op. Doordat hij niet meer de controle heeft over zijn gedachten, heeft de jongen ook niet meer de controle over zijn lichaam. Het is niet meer van hem; hij is niet meer de baas; hij kan zichzelf niet meer zijn.
Het verhaal doet me denken aan het nummer ‘Fragile’ van de zanger Sting. Hierin zingt hij:
If blood will flow when flesh and steel are one
Drying in the colour of the evening sun
Tomorrow’s rain will wash the stains away
But something in our minds will always stay
Vrij vertaald betekent het zoiets als dat er nooit iets goeds kan komen van geweld, in welke vorm ook. Het nummer gaat erover hoe we elkaar kapot kunnen maken, met woorden en daden, in het groot en in het klein. We kennen ze allemaal; van die opmerkingen die je even heel klein maken. En we weten ook allemaal hoe lang die kunnen blijven hangen. En wat dan, als dat soort gedachten je steeds meer gaan beheersen, tot ze je volledig gaan bezitten? Hoe ontkom je er dan nog aan? Waar zit de ontsnappingsroute?
Jezus geeft deze aan de jongen in de vorm van geloof en dat is geen truc. Soms (vaak?) kunnen de hoop en de liefde, die uit de geloofsverhalen spreken, een uitkomst bieden.