Licht dat jou vindt

Lucas 1: 26–38 – Licht dat jou vindt

Lucas 1: 26-38 | Licht dat jou vindt
december 14, 2025
Rosalía
Lucas 1: 26–38
Engele Wijnsma
Gebruik in de dienst: Voor de lezing of direct erna
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Herken jij momenten waarop “licht” jou vond — een inzicht, een intuïtie, een keuze die je ineens duidelijk werd?
Vraag 2: Wat doet het met je als een toekomst die je niet zelf hebt bedacht zich aan je opdringt?
Vraag 3: Wat zou voor jou een vrij en eerlijk ‘mij geschiede’ kunnen zijn in dit moment van je leven?
Vraag 4: Wat vind je van de beroemde quote van mijn naamgenoot Angelus Silesius (1624-1677): ‘Al Was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in u, gij zijt toch eeuwiglijk verloren’.

‘Licht dat jou vindt’

Het verhaal van de annunciatie uit Lukas wordt vaak gelezen als een wonder van buitenaf: een engel die verschijnt, een boodschap die wordt uitgesproken, een kind dat wordt aangekondigd. Maar de tekst zelf is opmerkelijk sober. Er is geen spektakel. Alleen: “Hij trad bij haar binnen.” Het begint niet groot, maar klein — als een binnenvallend moment van helderheid dat iemand onverwacht overkomt. Het verhaal gaat dan ook niet over gynaecologie, maar over de geboorte van Christus in onze ziel.

Maria schrikt. Niet van een bovennatuurlijk wezen, maar van het woord dat haar raakt. De eerste reactie op het goddelijke is geen zekerheid, maar verwarring: “Wat betekent deze groet?” Dat maakt haar herkenbaar. De roeping komt niet bij de dapperen, maar bij wie bereid is die schrik toe te laten.

In Rosalía’s ‘Berghain’ zien we een moderne variant van dat moment: licht dat door een ruimte snijdt, een gezicht dat even wordt blootgelegd, een lichaam dat reageert voordat woorden het kunnen duiden. De titel lijkt te verwijzen naar de bekende nachtclub in Berlijn, maar Rosalía benadrukt dat zij het woord kiest in zijn oorspronkelijke, Duitse betekenis: Berg + Hain = berg-woud, een bosje op een helling. Een beeld van een innerlijk landschap: een plek waar je kunt dwalen, zoeken, gezien worden — een ruimte waar licht binnen kan vallen. Zo wordt Berghain een symbool voor het moment dat iets of iemand jou vindt. Geen engel, geen vleugels — maar dezelfde beweging: een doorbraak van aanwezigheid. Iemand wordt aangesproken door licht dat eerder weet wat het zoekt dan degene die aangesproken wordt.

Beide verhalen — Lucas en LUX — gaan over geraakt worden door iets dat groter is dan je eigen plannen. Niet als dwang, maar als uitnodiging. Maria’s “mij geschiede naar uw woord” is geen onderwerping; het is een ‘vrije ja’ op een toekomst die nog onduidelijk is. Het is de moed om toe te laten dat er iets nieuws in jou geboren kan worden. De annunciatie is zo geen historisch incident, maar een patroon: Vaak verschijnt het licht niet, omdat wij dat zoeken, maar pas op het moment waarop wij zelf gevonden worden.

Disclaimer
Ik heb de clip aan het slot ingekort, vanwege de hardheid van de taal die een pornografische klank heeft. Rosalía gebruikt hier de taal van eros — de ruwe, onbeheersbare dimensie van verlangen. In veel mystieke tradities is dit de taal waarin het goddelijke soms wordt verbeeld: het goddelijke als minnaar, een kracht die je “pakt” of ‘U gaat mij in en uit’ (Oude Liedboek, gezang 487). Binnen de theologie wordt dit soort taal apocalyptisch-erotisch genoemd. Het gaat over een goddelijke liefde die door muren, cynisme en controle heen breekt. Maar wel alleen met wederzijdse instemming: ‘Mij geschiedde naar Uw woord’.

Het origineel van de video met het apocalyptisch-erotische slot vindt je hieronder

Wil je zien hoe ik dit lied zelf heb ingepast in een viering. Onderstaande link is te zien vanaf zondag 7 december via: https://www.youtube.com/live/y7S2icpYJdg?si=SW1Z-JFAE8zD4yzY Of via www.kerkomroep.nl

Share:

Lucas 1: 26-38

Aankondiging van de geboorte van Jezus

26In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 27naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. 28Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ 29Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

34Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. 36Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37want voor God is niets onmogelijk.’ 38Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.