Van donker naar Licht

Johannes 20: 1-18 – van donker naar licht

Johannes 20: 1-18 | van donker naar licht
april 5, 2026
Alex Warren
Johannes 20: 1-18
Esther Weijenberg
Gebruik in de dienst: Na de lezing, tijdens de collecte
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Hoe ga jij om met de "waarom-vraag" die opkomt bij verdriet of verlies, zoals in het lied en de overdenking wordt beschreven?
Vraag 2: Heb jij weleens ervaren dat God of hoop op een onverwachte manier aanwezig was, juist op momenten dat je je alleen voelde?
Vraag 3: Wat betekent het voor jou dat het licht van Pasen niet ver weg is, maar in ons midden blijft, zoals de overdenking beschrijft?

‘Van donker naar licht’

Het verhaal van de opstanding begint in het donker. De dood van Jezus werpt een schaduw over het leven en laat de achterblijvers achter met verdriet en ontreddering. Zanger Alex Warren weet hoe het voelt om een dierbare te verliezen. In het lied ‘Eternity’ zingt hij over het gemis van zijn ouders. Het is vooral de ‘waarom-vraag’ die hem bezighoudt: ‘Why’d you have to chase the light?’ – ‘Waarom moest je achter het licht aangaan?’ Het is een vraag die opkomt waar gemis groot is, en die ook doorklinkt in de vroegte waarin Maria haar weg zoekt naar het graf.

Maar wanneer Jezus haar bij name noemt, wordt het langzaam licht om haar heen. Verdriet wordt herkenning, verwarring wordt geloof. Toch is Hij niet aanwezig als voorheen. ‘Houd mij niet vast’, zegt Jezus – alsof Hij wil zeggen: ik ben er wel, maar niet meer zoals je mij kende.

Daarin ligt de hoop van Pasen. Jezus verdwijnt niet, maar is op een andere manier aanwezig: niet gebonden aan één plaats of moment. Zijn licht breekt door alle grenzen heen en mag ook in ons leven schijnen. Misschien ligt daarin wel een antwoord op die vraag: waarom moest het licht worden nagejaagd? Want het licht is niet langer ver weg, niet alleen in een hemel die voor ons onbereikbaar is. Het blijft in ons midden, noemt ons bij onze naam en neemt ons mee – weg uit het donker.

Share:

Johannes 20: 1-18

Opstanding

1Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10De leerlingen gingen terug naar huis.

11Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.