‘Opstaan voor jou’
‘Wil je niet opstaan, blijf je maar liggen, moet je maar weten wat ervan komt…’ Zingend kwam mijn vader vroeger de trap op… Het klonk best vrolijk, maar de ondertoon was niet mis te verstaan. Als je niet opstaat, dan komt het kennelijk niet goed.
Niet zo eenvoudig. Om op te staan. Ja, als je ’s morgens uitgerust wakker wordt, fit bent, zin in de dag – dan is opstaan goed te doen. Maar zo is het niet altijd. Je hebt niet altijd zin om op te staan… er kan genoeg zijn in een mensenleven waardoor de moed je ontbreekt. Waardoor je veel liever wegkruipt, diep onder de dekens. Niets zien, niets horen, niets voelen. Vooral niets voelen.
Als Maria op die vreemde morgen in alle vroegte in de tuin komt, huilt haar hart, huilt haar ziel. Het is nog donker, vertelt de evangelist ons. En ja, het is nog donker, ook in haar. Dat het graf leeg is, maakt haar alleen maar nóg verdrietiger. Het duurt wel even voor zij gaat inzien dat er iets heel anders aan de hand is dan zij denkt. Daarvoor moet zij zich omdraaien, zich omkeren. Niet één keer, maar zelfs twee keer. Echt omkeren dus.
Een nieuw begin kunnen maken, een nieuw begin kunnen zien vraagt een andere visie, een andere blikrichting. Maar vooral openheid. Openheid om je te laten troosten. Openheid om te vertrouwen op de stem die tegen je zegt: ‘Ik ben opgestaan voor jou. En Ik weet hoe moe je bent, Ik weet hoe gebroken jij je voelt, maar Ik ben opgestaan voor jou en mét jou gáán we ervoor… Voor het leven. Voor de liefde. Bergen zullen we verzetten.’
Andra Day schreef haar lied ‘Rise Up’ als een bemoediging voor iedereen die ervaart dat het alleen niet gaat. Dat we elkaar nodig hebben om op te staan. Tegen haat. Tegen onrecht. Tegen de leugen. Dat we elkaar nodig hebben om op te staan en bergen te kunnen verzetten. Samen vechten we ons er doorheen. Door de pijn, door het verdriet. Alles wat we nodig hebben is hoop, zingt ze – en daarvoor hebben wij elkaar.
Pasen gaat voluit over opstaan. Over opstandigheid tegen alles wat de dood aanricht. De Opgestane zelf gaat ons voor, roept ons, reikt ons de hand, noemt ons bij onze naam: ‘Sta op, met Mij. Wees niet bang!’