‘Bij God is plaats voor iedereen’
Op deze zondag voor Dodenherdenking en op weg naar Hemelvaart past het evangelie van Johannes waarin Jezus vertelt dat hij naar de hemel gaat. ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken?’ Het zijn de uitnodigende, geruststellende woorden van Jezus, maar ze hebben wel iets onbegrijpelijks, voor Thomas en ook voor ons. We kunnen het ons gewoonweg niet goed voorstellen, ik tenminste niet. Maar ik geloof erin dat we eens allen thuiskomen bij God. Zo vertel ik dat ook aan de mensen in het verpleeghuis waar ik werk als geestelijk verzorger. Als ze er voor openstaan natuurlijk. Maar hoe dan ook probeer ik hen gerust te stellen voor de dood.
Ik haal er het lied bij van mijn held Elvis Presley. Een talent met een tragisch einde, veel te vroeg. Talloze prachtige gospels zong hij, zoals deze: In my Father’s house are many mansions: In het huis van mijn vader zijn veel landhuizen. Als het niet waar was, had Hij het me wel verteld. Hij (Jezus) is weggegaan om in die heldere stad te wonen. Hij maakt daar een landhuis voor me, dat weet ik. Jezus stierf aan het kruis om mijn schuld te dragen. Vrijwillig gestorven zodat zielen zoals jij nieuw leven konden krijgen. Maar ik weet dat er snel een heldere morgen zal komen, wanneer de wereld vrij zal zijn van zonde en strijd.
Een degelijke orthodoxe kijk op kruis en verlossing. Het troost mij dat Elvis troost vond in zo’n gospel. Anderen kijken naar hem met veroordeling: die van zonde en schuld: had hij zich maar niet moeten overgeven aan sex, drugs en rock and roll. Ik geloof dat we allemaal thuiskomen bij God, ook Elvis, ook alle anderen die ergens de mist in zijn gegaan. Gods liefde is groter dan onze fouten. Dat helpt mij om liefdevol naar anderen en mezelf te kijken.