Aan tafel met gebroken mensen

Jesaja 57: 14-19, Romeinen 4: 13-18 en Matteüs 9: 9-13

Jesaja 57: 14-19, Romeinen 4: 13-18 en Matteüs 9: 9-13 | Aan tafel met gebroken mensen
juni 7, 2026
Leonard Cohen
Jesaja 57: 14-19, Romeinen 4: 13-18 en Matteüs 9: 9-13
Birgit Jaarsma
Gebruik in de dienst: Kyrié
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Waar denk jij aan bij het woord “genezing”? Is dat voor jou oplossen, herstellen, accepteren, of iets anders?
Vraag 2: Waarom denk je dat Jezus juist aan tafel ging met mensen die buitengesloten werden?
Vraag 3: Welke zin uit Come Healing raakt jou het meest — en waarom?
Vraag 4: Kun je een moment herinneren waarop iemand jou hielp zonder je eerst te willen “repareren”?

‘Aan tafel met gebroken mensen’

Soms denken we bij genezing aan oplossingen.
Aan beter worden. Aan herstel. Aan weer heel zijn.

Maar de Bijbel spreekt vaak anders over genezing.

In Jesaja klinkt een God die niet woont bij de sterken of de mensen die alles op orde hebben, maar juist “bij de verbrijzelde en nederige van geest.” Alsof God niet begint waar mensen zichzelf overeind houden, maar waar iets is opengebroken.

Dat zie je ook bij Jezus in Matteüs. Hij zoekt niet eerst de keurige mensen op. Hij gaat aan tafel met tollenaars en zondaars. Met mensen die zich misschien allang veroordeeld voelden. Alsof genezing begint waar iemand eindelijk niet meer hoeft te bewijzen dat hij goed genoeg is.

En ergens daartussen klinkt Leonard Cohen.

“Come healing of the body
Come healing of the mind.”

Vertaling:
“Kom genezing van het lichaam
Kom genezing van de geest.”

Geen groot geloof. Geen zeker weten. Meer een verlangen. Een gebed bijna. Alsof hij weet dat een mens zichzelf niet helemaal kan redden.

Misschien is dat ook wat Paulus bedoelt wanneer hij schrijft dat Abraham bleef hopen “tegen alle hoop in.” Niet omdat hij zeker wist hoe het zou aflopen, maar omdat vertrouwen soms juist ontstaat waar controle ophoudt.

Misschien is echte genezing niet dat alle breuken verdwijnen.
Misschien is het dat we leren leven zonder ons ervoor te verbergen.

Dat iemand naast ons komt zitten aan tafel.
Dat we niet langer hoeven doen alsof we heel zijn.
En dat juist daar iets van God zichtbaar wordt.

Share:

Jesaja 57: 14-19

Troost voor de treurenden
 
14Toen werd er gezegd: ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok.’ 15Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt. 16Want niet eindeloos blijf ik twisten, niet eeuwig duurt mijn toorn. Al doe ik de levensadem stokken, ik ben het ook die het leven geeft. 17Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.
Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen.
 
18-19Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal ik hen genezen, hen leiden en hun barmhartigheid  bewijzen. Treurenden bied ik troostrijke woorden: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij – zegt de HEER –, ik zal genezing brengen.

Romeinen 4: 13-18

13Immers, niet door de wet ontvingen Abraham en zijn nageslacht de belofte dat ze de wereld in bezit zouden krijgen, maar door de gerechtigheid die het geloof schenkt. 14Als men op grond van de wet erfgenaam zou zijn, zou het geloof zijn betekenis hebben verloren en de belofte zijn ontkracht. 15De wet maakt namelijk alleen dat God straft, want zonder wet is er ook geen overtreding. 16Maar de belofte had alles te maken met vertrouwen omdat ze een gave van God moest zijn, want alleen zo kon ze voor heel het nageslacht blijven gelden. Niet alleen voor wie de wet heeft, maar ook voor wie op God vertrouwt zoals Abraham, die de vader van ons allen is. 17Er staat immers geschreven: ‘Ik heb je een vader van vele volken gemaakt.’ En hij is dit ten overstaan van God, op wie hij vertrouwde, die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat. 18Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd: ‘Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.’

Matteüs 9: 9-13

9Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 10Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’