‘Aan tafel met gebroken mensen’
Soms denken we bij genezing aan oplossingen.
Aan beter worden. Aan herstel. Aan weer heel zijn.
Maar de Bijbel spreekt vaak anders over genezing.
In Jesaja klinkt een God die niet woont bij de sterken of de mensen die alles op orde hebben, maar juist “bij de verbrijzelde en nederige van geest.” Alsof God niet begint waar mensen zichzelf overeind houden, maar waar iets is opengebroken.
Dat zie je ook bij Jezus in Matteüs. Hij zoekt niet eerst de keurige mensen op. Hij gaat aan tafel met tollenaars en zondaars. Met mensen die zich misschien allang veroordeeld voelden. Alsof genezing begint waar iemand eindelijk niet meer hoeft te bewijzen dat hij goed genoeg is.
En ergens daartussen klinkt Leonard Cohen.
“Come healing of the body
Come healing of the mind.”
Vertaling:
“Kom genezing van het lichaam
Kom genezing van de geest.”
Geen groot geloof. Geen zeker weten. Meer een verlangen. Een gebed bijna. Alsof hij weet dat een mens zichzelf niet helemaal kan redden.
Misschien is dat ook wat Paulus bedoelt wanneer hij schrijft dat Abraham bleef hopen “tegen alle hoop in.” Niet omdat hij zeker wist hoe het zou aflopen, maar omdat vertrouwen soms juist ontstaat waar controle ophoudt.
Misschien is echte genezing niet dat alle breuken verdwijnen.
Misschien is het dat we leren leven zonder ons ervoor te verbergen.
Dat iemand naast ons komt zitten aan tafel.
Dat we niet langer hoeven doen alsof we heel zijn.
En dat juist daar iets van God zichtbaar wordt.