‘Wacht niet met leven’
Jeremia spreekt zijn volksgenoten toe. Net aangekomen in Babel hebben ze er eigenlijk geen zin meer in. Ze zijn hun thuis kwijtgeraakt en weten niet hoe de toekomst eruitziet. Het liefst zouden ze de dagen aftellen tot ze weer terug kunnen. Hun leven voelt alsof het tussen haakjes staat.
Het is tegen deze mensen, die hun leven het liefst zouden pauzeren tot betere tijden aanbreken, dat de profeet Jeremia spreekt. Maar opvallend is dat hij niet met goedkope troost komt. Hij belooft geen snelle oplossing en geen wonderbaarlijke terugkeer. In plaats daarvan roept hij zijn volksgenoten op om te leven. Om huizen te bouwen, tuinen aan te leggen en het goede te zoeken voor de plek waar zij terechtgekomen zijn.
Het is een boodschap die ook vandaag verrassend actueel is. Want hoeveel tijd brengen wij niet door met wachten? Wachten tot we naar de middelbare school mogen. Tot we examen hebben gedaan. Tot we weten wat we later willen worden. Tot er meer rust komt. Tot een moeilijke periode voorbij is. En ondertussen kan het voelen alsof het echte leven nog moet beginnen.
Maar Jeremia zegt: wacht niet met leven. Maak vrienden. Ontdek wie je bent. Heb lief. Draag iets bij aan de wereld om je heen. Want het leven speelt zich niet pas af als alles duidelijk is geworden. Het gebeurt nu al.
Waar John Mayer concludeert dat de trein zich niet laat stilzetten, ontdekt Jeremia iets anders: dat God met mensen meereist. Ook door de periodes heen waarin zij wachten, zoeken en verlangen.
Het is de hoop waar Jeremia over spreekt. Niet dat morgen alles anders zal zijn. Maar dat God ook aanwezig is in de tussentijd, als je in de trein zit. In het gewone leven van elke dag. Juist daar, waar wij soms denken dat het echte leven nog moet beginnen.