‘Zien’
Toon Hermans schrijft in een gedicht:
“We zien niet wie wij zijn
de ogen en de mond misleiden
we leven van elkaar gescheiden
we zien niet wie wij zijn
we zien de blijheid of het treuren
we zien gebaren, vormen, kleuren
we zien niet wie wij zijn.
Verborgen blijft het menselijke licht
we zien niet wat we zien in een gezicht”
We lopen zo gemakkelijk aan elkaar voorbij. En als we kijken, zien we dan echt? Of zien we alleen de buitenkant, de gebaren, vormen, kleuren?
Vragen die door één zo’n klein detail, van het zien in het voorbijgaan, worden opgeroepen. In het evangelieverhaal valt er een toren op mensen. Zag God hen? In Exodus wordt God wakker als het volk roept en klaagt. Wanneer en waar is God zichtbaar als het je tegenzit, als het dreigend is in de wereld? Wat geweldig als er iemand is, zoals in Lucas een wijngaardenier, die hoe-dan-ook blijft zorgen.
Het is vandaag zondag ‘Oculi’, naar psalm 25: ‘Ik houd mijn ogen gericht op de Heer.’ Ziet God mij? Zie jij mij? Een song uit de jaren 70 van Adrian Snell zingt het zo: ‘It’s me there in the corner’ (…), ik zit in een hoek. Jullie zingen en praten over Jezus, maar jullie praten niet met mij.’
Adrian treedt nog steeds op, in april 2025 geeft hij verschillende concerten in Nederland. In deze song – die mij als scholier raakte en nu nog steeds raakt – vraagt hij om elkaar te zien. Kijk naar jezelf. Kijk naar jezelf en de ander met de ogen van God. Wees niet bang. Hij kijkt niet, hij ziet. Tot in je kern gekend. ‘And I’ll be all right’. Zoals een beroemde Nederlandse filosoof zei:
Je gaat het pas zien, als je het doorhebt.