‘Ik ben met jullie’
Het is zondag Trinitatis, de zondag na Pinksteren. De aangegeven teksten hebben een rode draad: het vertrouwen op Gods belofte dat Hij zijn Naam zal waarmaken.
De evangelist Matteüs schrijft niet over de gebeurtenis op het Pinksterfeest, niet over de Geestkracht van God die over de leerlingen van Jezus komt. Matteüs eindigt zijn Evangelie, na het verhalen van de Opstanding, met een opdracht: één keer nog ontmoeten ze de Opgestane en Hij draagt hen op om de wereld in te trekken. Nieuwe leerlingen van de Opgestane moeten ze werven. Hen dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Om hen tenslotte te verzekeren dat Hij er zal zijn, mét hen, alle dagen tot aan het voleinding van de wereldtijd. Zo kunnen ze gaan: geroepen, geraakt en gezonden.
De wonderlijke Naam van de Ene klinkt dwars door die woorden heen: Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn. Zo maakte de Eeuwige zich bekend aan Mozes, in het boek Exodus. En daarna heeft Mozes nog heel wat te stellen met dat bevrijde volk. Er is al het één en ander aan voorafgegaan als Mozes in Exodus 34 opnieuw de berg opgaat. De leefregels voor het goede leven vielen te pletter op het grote gouden beeld dat werd opgericht om voor te buigen. Het duurde de mensen te lang. Als die God er echt is, waarom is ons leven dan zo hard en moeizaam…? Weet je wat? Wij bepalen anders zelf wel wie voor ons een god is….
Mozes neemt verantwoordelijkheid. Hij verheft zich niet boven het hardnekkige gedrag van het volk, maar pleit voor hen. Doet tegenover de Eeuwige een beroep op de Naam: ‘als ik toch genade heb gevonden in uw ogen, mijn Heer, laat dan mijn Heer toch meegaan in ons midden….’ En de God, die niet loslaat wat Zijn hand begon, antwoordt: ‘Hier ben ik, ik smeed een verbond’.
En de apostel Paulus? Hij heeft de hardnekkige gemeente in Korinthe een paar brieven gestuurd, vol vermaning, advies, goede raad… Want in Korinthe liep ook niet alles op rolletjes. Kennelijk is het niet per se vanzelfsprekend voor mensen om eerlijk, trouw en nederig de weg van God te gaan. Maar ook Paulus heeft een laatste woord waarin belofte doorklinkt: ‘Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn.’
Er is dus kennelijk altijd die verbinding, die onvoorwaardelijke relatie tussen de mens, die geroepen wordt om het spoor van Gods weg te volgen, en God die onvoorwaardelijke nabijheid belooft. Ook al omdat wij mensen ménsen zijn: wij hebben niet alles in de hand, wij kunnen niet alles maken. Wij kunnen er wel voor elkaar zijn. Iets daarvan klinkt door in het nummer ‘I won’t let go’ van de Amerikaanse country-rockband Rascal Flatts: ….And we’re too small to stop the rain, oh but when it rains I will stand by you, I will help you through. When you’ve done all you can do and you can’t cope, I will dry your eyes, I will fight your fight, I will hold you tight and I won’t let you fall.
Vertaling: En wij zijn te klein om de regen tegen te houden, oh maar als het regent, zal ik je bijstaan, ik zal je erdoorheen helpen. Wanneer je alles hebt gedaan wat je kon en je het niet meer aankunt, zal ik je tranen drogen, ik zal je strijd voeren, ik zal je stevig vasthouden en ik zal je niet laten vallen.
In mensen die elkaar niet laten vallen, die elkaar vasthouden, die elkaar dragen door diepe dalen, storm en regen heen – daarin wordt Gods Naam zichtbaar en herkenbaar. In de St Ludgerkerk in Münster hangt een beeld van een Christus zonder handen. Op de dwarsbalk van het kruis kun je lezen: ‘Ik heb geen andere handen dan de jouwe.’ Ook leerling worden?