‘Avond en Twijfel’
Soms dwingt het leven ons tot stilstand. Door ziekte, verlies, onzekerheid. Dat overkwam Freek, van het duo Suzan & Freek. Ze stopten met optreden — een begrijpelijke keuze omdat Freek uitgezaaide longkanker heeft, maar ook een pijnlijke. Want muziek was hun stem, hun verbinding, hun vreugde. En toen ze het te veel gingen missen, kozen ze ervoor om tóch weer te zingen. Niet omdat alles opgelost was, maar omdat ze voelden: dit is wie we zijn. Dat is geen zwakte. Dat is kracht.
In het Bijbelverhaal van Ester zien we iets soortgelijks. Ook daar is er dreiging, pijn, stilstand. Er is een decreet uitgevaardigd dat haar Joodse volk eraan zal gaan. En Ester kan als koningin met koning Ahasveros spreken en vragen om er van af te zien. Maar ze mag niet onuitgenodigd naar de koning toestappen, dan is er een risico dat ze gedood wordt. Toch kiest Ester ervoor om hem aan te spreken. Ze stapt naar de koning, niet voor zichzelf, maar voor haar volk. En wat eerst uitzichtloos leek, keert om. Er komt ruimte voor leven, voor feest, voor verbondenheid.
Suzan & Freek zingen “Ik kan het niet hebben als het avond is / Oh want ’s avonds mis ik je vaak” Deze regels raken aan het gevoel van verlies en verlangen dat ook voorafgaat aan de redding in Ester. De dreiging hing als een schaduw over het volk (en over Ester) — en de avond symboliseert die kwetsbare, stille momenten waarin de pijn het meest voelbaar is. Ook zingt het duo “Nu sta je hier weer voor me / Ik twijfel geen seconde” Net als Ester en Mordechai die samen opstaan, is er in het lied een moment van hernieuwde ontmoeting. De twijfel maakt plaats voor vertrouwen.
Ester stapt met steun van Mordechai op de koning af en vraagt hem uiteindelijk om een ander koninklijk decreet en nu vóór de Joden te mogen schrijven, dat ze zich mogen verdedigen als ze aangevallen worden. En dat decreet komt er en in hoofdstuk 9 lezen we dat de Joden daarin slagen en daarna met rust gelaten worden. Het lied van Suzan & Freek gaat verder: “Zeg me dat het goed komt / Geef me stukjes toekomst” Deze zinnen sluiten prachtig aan bij het slot van Ester 8, waar de Joden feest vieren vanwege de betere tijd die er aan komt. Wat uiteindelijk gevierd gaat worden met het Poerimfeest, wat ieder jaar nog steeds een belangrijk feest is.
Laat dit lied klinken als een ode aan wie durft terug te keren. Aan wie niet opgeeft. Aan wie, ondanks alles, blijft zingen.