‘Kom terug’
Sommige woorden raken je precies op het juiste moment.
“Kom terug.”
Niet als verwijt.
Niet als: je hebt gefaald.
Maar als een uitnodiging.
Dat is precies wat de profeet Zacharia zegt tegen een volk dat alles kwijt lijkt te zijn. Jeruzalem ligt in puin, mensen leven met de herinnering aan ballingschap en oorlog. Toch klinkt daar onverwacht een ander geluid:
“Juich, je koning komt.”
Geen koning op een strijdwagen. Geen machthebber op een oorlogspaard. Maar iemand die op een eenvoudige ezel de stad binnenrijdt. Een koning die niet komt om te winnen, maar om vrede te brengen. Hij breekt de bogen, laat gevangenen vrij en zegt tegen mensen die de hoop bijna zijn verloren:
“Keer terug… jullie hoop is niet vergeefs geweest.”
Diezelfde beweging hoor je in Kom terug van Spinvis.
“Reis ver, drink wijn, denk na. Lach hard, duik diep, kom terug.”
Het is geen lied over teruggaan naar vroeger. Daar waarschuwt Spinvis juist voor:
“Zoek niet wat er nooit meer is.”
Soms verlangen we naar hoe het ooit was: een tijd zonder zorgen, een verloren geluk, een kerk zoals vroeger, een leven zonder littekens. Maar Zacharia kijkt niet achterom. God nodigt zijn volk niet uit om terug te keren naar het verleden, maar om terug te keren naar Hem. Naar een toekomst waarin vrede mogelijk wordt.
Misschien is dat wel de diepste betekenis van geloven. Dat je ver mag reizen. Dat je fouten mag maken. Dat je verdriet en verlies met je meedraagt. Dat je onderweg verandert.
Maar dat er altijd een Stem blijft klinken:
“Kom terug.”
Niet omdat alles weer hetzelfde moet worden.
Maar omdat er Iemand is die op je wacht.
De koning op de ezel is geen koning die je veroordeelt. Hij komt zonder wapens. Zonder dwang. Hij brengt vrede en opent een nieuwe toekomst.
Misschien is geloven uiteindelijk niets anders dan telkens opnieuw gehoor geven aan die uitnodiging.
Kom terug.
Niet naar gisteren.
Maar naar de God die vandaag al naar jou onderweg is.