Gebroken Dromen

Ruth 1: 16-22

Ruth 1: 16-22 | Gebroken dromen
februari 9, 2025
Green Day
Ruth 1: 16-22
Corjan Matsinger
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Naomi geeft ruimte aan haar teleurstelling, gebroken dromen en lege handen. Durf jij je verdriet, angst en teleurstelling in de ogen te kijken, te rouwen, te klagen of met gebalde vuisten in de lucht te zwaaien?
Vraag 2: Ruth komt met Naomi mee naar het vreemde stadje Bethlehem. Welke lichtpunten komen soms geheel onverwacht tevoorschijn in de ervaring van het dal van diepe duisternis?

‘Gebroken dromen’

Naomi keert terug naar Bethlehem met een hart vol gebroken dromen. Ze verloor haar man en twee zonen. Het leven heeft haar niet gebracht wat ze ervan had gehoopt, sterker nog – het heeft haar zoveel afgenomen. De bloedlijn van Elimelech lijkt ten einde. Zo komt ze terug met lege handen. Bitter. Mara is haar nieuwe naam. Er gloort op dit moment geen hoop aan de horizon. 

I walk a lonely road,
The only one that I have ever known.
Don’t know where it goes,
But it’s home to me, and I walk alone.

I walk this empty street,
On the Boulevard of Broken Dreams.
Where the city sleeps,
And I’m the only one, and I walk alone.

My shadow’s the only one that walks beside me.
My shallow heart’s the only thing that’s beating.
Sometimes, I wish someone out there will find me,
‘Til then, I walk alone.

Vertaling:

Ik loop een eenzame weg,
De enige die ik ooit heb gekend.
Ik weet niet waar hij naartoe leidt,
Maar het voelt als thuis, en ik loop alleen.

Ik loop door deze lege straat,
Op de Boulevard van Gebroken Dromen.
Waar de stad slaapt,
En ik de enige ben, en ik loop alleen.

Mijn schaduw is de enige die naast me loopt.
Mijn lege hart is het enige dat klopt.
Soms hoop ik dat iemand me daarbuiten zal vinden,
Maar tot die tijd loop ik alleen.

Maar wacht, is ze echt zo alleen? Of loopt er iemand bij haar? Iemand die haar gevonden heeft en niet loslaat. Gloort er licht aan de horizon in het dal van de diepe duisternis omdat er een Moabitische vrouw is die met haar meegaat en niet loslaat?

Share:

Ruth 1: 16-22

Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 17Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’ 18Noömi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. 19Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem.

Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Noömi?’ 20Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Noömi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. 21Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Noömi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ 22Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.