Waar ben jij op gericht?

Openbaring 1: 12 t/m 2: 5

Openbaring 1: 12 - 2: 5 | Waar ben jij op gericht
november 16, 2025
Wovenhand
Openbaring 1: 12 t/m 2: 5
Engele Wijnsma
Gebruik in de dienst: Voor of na de lezing
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Hoe ga jij om met terechte kritiek (een pijl die doel treft) die jou pijn doet?
Vraag 2: Waaraan denk je bij een ‘warm’ geloof als het gaat om de armen, de zwakkeren in de samenleving en de vreemdeling die jouw in steden woont?
Vraag 3: Wat betekent zuiverheid voor jou persoonlijk, als het om gedrag gaat? Probeer bij deze vraag zuiverheid niet te verwarren met moralisme (dat wat hoort volgens anderen)

‘Waar ben jij op gericht?’

Het bijbelboek Openbaring hoort tot het literaire genre van de apocalyptiek, populair in het Romeinse Rijk — een wereld die zichzelf zag als eeuwig en goddelijk. De keizer heette “zoon van God” en bracht zogenaamd vrede, maar het rijk dreef op slavernij, uitbuiting en ongelijkheid. In die wereld schreef Johannes zijn visioenen — niet als voorspelling, maar als verzet in beelden. Hij sprak niet openlijk over Rome; dat was te gevaarlijk. In plaats daarvan schilderde hij een symbolisch tegenverhaal. In hoofdstukken 16 en 17 noemt hij Rome de “Hoer van Babylon”: een verleidelijke stad die haar macht bouwt op geweld en onrecht.

Daarna richt hij zijn pijlen op de kerk van Efeze, een havenstad in West-Turkije.

Die gemeente krijgt lof: ze is standvastig in geloof en waakzaam tegenover valse leraren, en ze wijst de Nikolaïeten af. Dat was een beweging van Christenen die vooraan in de kerk zaten, maar in de praktijk meededen met de Romeinse cultuur van uitbuiting, corruptie, en seks zonder wederzijdse instemming (gedongen tempelprostitutie en seks met slaven) De eerste liefde — de oorspronkelijke bezieling en compassie — is verkild. Daarna komt de les: Jullie geloof is correct, maar niet meer warm. De eerste of vroegere liefde voor God en voor elkaar lijkt verkild. Hun oprechte bezieling en hun compassie met de naaste lijkt verdampt. Tot zover de pijlen van Johannes.

Dan de arrowhead (pijlpunt)van Wovenhand. David Eugene Edwards zingt in apocalyptische beelden, niet prekend maar poëtisch. De pijl in zijn lied is een mens die door God gericht wordt — niet om te verwonden, maar om te raken. Het is het doorboord worden door waarheid, door een licht dat binnendringt en zuivert.

Beide teksten — Johannes en Wovenhand — gaan over geraakt worden, niet door oordeel, maar door confrontatie met het wezenlijke. Wie geraakt wordt, kan niet blijven zoals hij was. De pijl herinnert aan het gemis van wat ooit zuiver was, maar ook aan de genezing die volgt. Het vuur in de ogen van Christus is niet om te verteren, maar om te zuiveren — licht dat pijn doet, omdat het geneest.

Share:

Openbaring 1: 12 - 2: 5

12Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, 13en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. 14Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. 15Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. 16In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon. 17Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. 18Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. 19Schrijf daarom op wat je gezien hebt, wat er nu is en wat hierna zal gebeuren. 20Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van de zeven gouden lampenstandaards: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf.

Openbaring 2

1Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze:

“Dit zegt hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden lampenstandaards verblijft: 2Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. 3U bent standvastig en hebt veel verdragen omwille van mijn naam, zonder te verslappen. 4Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven. 5Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger. Anders kom ik naar u toe en neem ik, als u geen berouw toont, uw lampenstandaard van zijn plaats.