Micha 7: 18-20 | Mens zijn!
maart 22, 2026
Rag 'n' Bone Man
Micha 7: 18-20
Dick Sluiter
Gebruik in de dienst: Na de overdenking
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Kun je daadwerkelijk accepteren dat fouten maken nu eenmaal bij ons mens-zijn hoort? Of leg je de lat stiekem hoger?
Vraag 2: Herken je die spanning tussen menselijke fouten en genade?
Vraag 3: Voel jij jezelf vergeven? Ervaar je de genade ook echt?

‘Mens zijn’

In de tekst van vandaag, Micha 7: 18-20, lezen we over een God die trouw is en vol genade en vergeving. Wij als mensen mogen dan (keihard) falen, maar onze God gaat genadig met die schuld om.

Rag ‘n’ Bone Man zingt in Human ook over dat falen van de mens. Mensen maken nu eenmaal fouten, niemand is volmaakt. Deze schuld en verwachtingen kunnen zwaar op je drukken. Rag ‘n’ Bone Man zingt dat die fouten nu eenmaal bij mensen horen, dat dit is wat ons mens maakt, dat hoort bij ons mens-zijn.

Waar het lied vooral de menselijke kant benadrukt (“ik ben maar een mens”), laat Micha de goddelijke reactie zien: vergeving en trouw. Waar het lied om begrip voor de (mede) mens vraagt, zodat je niet alleen de schuld krijgt en mag hopen op acceptatie, daarbij vertelt Micha over een God die ‘zonden in de zee werpt’ en ons trouw blijft en ons accepteert. Niet hopen dus, maar daadwerkelijk krijgen.

Onze tekst van vandaag biedt dus een uitkomst voor die gebrokenheid, voor die fouten van de mens: namelijk een God die fouten vergeeft en eeuwig trouw is. Als je de conclusie van Rag ‘n’ Bone Man dus verder doortrekt “fouten maken hoort bij de mens, accepteer dat” dan sluit de tekst Micha hier prachtig op aan. Namelijk in de erkenning dat we dus hulp en vergeving nodig hebben (voor die gebrokenheid) staat daar een God op ons te wachten met genade.

Share:

Micha 7: 18-20

18Wie is een God als U, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat?
U blijft niet woedend op wie er van uw volk nog over zijn; liever toont U hun uw trouw.
19Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt U in de diepten van de zee.
20U bewijst Jakob uw trouw en Abraham uw goedheid, zoals U gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.