‘Vissers van mensen’
Aan het meer van Galilea roept Jezus vissers op om hem te volgen: “Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.” Het klinkt eenvoudig, bijna idyllisch: vissers die hun netten achterlaten om een nieuw leven te beginnen. Maar wat betekent dat vandaag, in een wereld zoals de onze? Een wereld die soms in brand lijkt te staan, waar wereldleiders over elkaar heen buitelen.
De zangeres Reb Fountain vertelde in een interview dat ze haar lied Fisherman schreef nadat ze in 2015 de foto zag van Alan Kurdi, het tweejarige jongetje dat dood aanspoelde op een Turks strand. Ze grijpt terug op het bijbelse beeld van vissers van mensen. Haar lied legt pijn bloot: “Little lord’s children washing up in waves… hanging our heads on their unmarked graves.” Het is rauw, confronterend. Wij zien de golven, maar sluiten vaak onze ogen voor de mensen erin. Terwijl de roep van Jezus niet alleen toen klonk, maar ook nu. Wat betekent die roep in deze tijd?
Vissers van mensen, het zijn geen romantische figuren. Het vraagt moed om uit onze veilige boten te stappen, om niet weg te kijken van de nood die op onze stranden aanspoelt. Misschien begint Jezus’ oproep tot navolging wel met een eenvoudige vraag: wie spoelt er vandaag aan op de kusten van mijn leven? Wie vraagt om mijn net, mijn hand, mijn stem?
Want Jezus’ roep klinkt nog steeds: “Kom, volg Mij.” Niet om macht te verzamelen, maar om dienaar te zijn. Niet om grenzen te bewaken, drijvend op de golven van het eigen gelijk, maar om mensen niet verloren te laten gaan, verloren in de diepe zeeën van deze tijd. Jezus volgen is profetisch, rauw, en soms ontluisterend. Maar wie zijn netten uitgooit in vertrouwen, zal ontdekken dat er altijd hoop is: dat er in elke golf een glimp van nieuw leven schuilt.