Zorg voor al wat leeft

Matteüs 25: 31-46

Matteüs 25: 31-46 - Zorg voor al wat leeft
december 8, 2024
Michael Jackson
Matteüs 25: 31-46
Maroesjka Sleegers
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Welk van alle Werken van Barmhartigheid spreekt jou het meeste aan?
Vraag 2: Merk je bij jezelf dat jij je juist in de Adventstijd meer aangesproken voelt, als er een beroep op je wordt gedaan om geld of goederen te geven aan het goede doel? Met andere woorden: geef je in deze tijd guller dan anders?
Vraag 3: Probeer jij dat achtste Werk van Barmhartigheid in jouw omgeving waar te maken?
Vraag 4: Heb je het idee dat wat jij doet of juist laat zin heeft, of is het een druppel op een gloeiende plaat?

‘Zorg voor al wat leeft’

De Advent is een periode waarin meer nog dan anders, onze aandacht en ons geld gevraagd wordt voor mensen die het minder goed hebben dan wij zelf. Op de tv, in de krant, op sociale media, in de kerk, zelfs in de supermarkt wordt ons gevraagd wat te geven voor het goede doel. Mensen zijn ook juist in deze tijd bereid om wat te geven. Zo maken we de Werken van Barmhartigheid waar: we geven aan de Voedselbank, we brengen nog goede kleding naar een inzamelpunt, we sturen een kaartje naar eenzamen, zieken en gevangenen, we spreken wat minder hard over vluchtelingen in ons land… Jezus noemt in het evangelie van Matteüs de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken (soms lezen we ook verlossen, of bevrijden). Maar we hebben het altijd over de Zeven Werken van Barmhartigheid, want ergens in de middeleeuwen is er één aan toegevoegd: de doden begraven. Maar er zijn er nog veel meer! Naast deze ‘lichamelijke’ werken van Barmhartigheid, maar er zijn ook ‘geestelijke’ werken van Barmhartigheid: de onwetenden onderrichten, in moeilijkheden goede raad geven, de bedroefden troosten, de zondaars vermanen, lastige mensen geduldig verdragen, beledigingen vergeven en bidden voor de levenden en doden.

Deze lichamelijke en geestelijke Werken van Barmhartigheid zijn bekend. Maar sinds 2016 heeft paus Franciscus naar aanleiding van zijn encycliek Laudato Si’ een achtste ‘lichamelijk’ Werk van Barmhartigheid daaraan toegevoegd: ‘Laat ons barmhartig zijn voor ons gemeenschappelijk huis.’ Met andere woorden: laten we goed voor de aarde, Gods eigen schepping zorgen!

Revolutionair en visionair was dat, om nóg een Werk van Barmhartigheid toe te voegen. En dan ook nog rondom een onderwerp van hoogst actueel en noodzakelijk is. Onze aarde lijdt onder wat wij mensen haar aandoen. De paus geeft al jaren blijk van zijn grote zorg om de schepping. Het klimaat, de natuur, het gaat er niet goed mee. Dit oecumenisch en ecologisch Werk is misschien wel het grootste Werk van Barmhartigheid omdat het alle andere insluit. Het is belangrijk dat we erkennen dat wij de aarde kwaad, berokken door vervuiling, ergerniswekkende vernieling van de ecosystemen en het verlies van de biodiversiteit. Wanneer wij de aarde kwaad doen, berokken wij de armen kwaad en ook degenen die nog niet geboren zijn. Zorg voor de schepping, ons gezamenlijk huis is een heel belangrijk en dringend Werk van Barmhartigheid voor onze tijd. Het is ook een onderwerp waar we als christenen gezamenlijk in kunnen optrekken, zeker als we samen en gelijktijdig bidden en ons engagement voor de bescherming van de wereld hernieuwen.

Al heel lang weten we dat we de aarde uitputten, maar het valt niet mee om er iets aan te doen. Vooral ook omdat we denken dat wat wij doen en kunnen te weinig is. Michael Jackson schreef in 1995 zijn Earth Song, met een aangrijpende tekst en videoclip, met mooie natuurbeelden, maar ook met beelden van de vernietiging van leefgebieden van dieren en mensen, beelden van een verschroeide aarde! Aan het einde gaat er letterlijke een andere wind waaien. Dat dit lied, deze clip ons raakt en ons er toe aanzet om op onze eigen, kleine plek een andere wind te laten waaien, zo we de aarde, ons gemeenschappelijk huis behoeden en behouden, voor onszelf en voor allen die na ons komen… De Advent kan ons daarbij helpen, want iedere week brandt er een kaarsje meer op de groene krans, op weg naar Kerstmis, het feest van de geboorte, van de hoop, van licht en leven.

Share:

Matteüs 25: 31-46

31Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 

38Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” 41Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. 

42Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. 43Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” 44Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” 45En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.” 46Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’