Markus 12: 28-34 | Alles draait (juist niet) om mij
november 10, 2024
Maarten van Roozendaal
Marcus 12: 28-34
Marianne Paas
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Wat betekent ‘God liefhebben’ voor jou? Hoe uit zich dat bij jou?
Vraag 2: Waarin/waaraan merk je dat een ander God liefheeft?
Vraag 3: Heb je een naaste of ben je een naaste?
Vraag 4: Wat komt eerst: een ander liefhebben of jezelf liefhebben?

‘Alles draait (juist niet) om mij….’

Het is een overbekende tekst. Jezus vat de Wet van Mozes samen. Een Schriftgeleerde staat al een poosje te luisteren naar de discussies die met Jezus worden gevoerd. Het gaat steeds over de uitleg van de regels. En hij bemerkt dat Jezus adequaat reageert op alle strikvragen en uitdagende posities die worden ingenomen. Tenslotte vraagt hij Jezus naar de kern. Waar gaat het nu ten diepste om in de Wet van Mozes? Wat is het hart? Wat is het eerste van alle geboden? En dan komt dat antwoord van Jezus.

Jezus verwijst naar de belijdenis van Israël, het Sjema Israel uit Deuteronomium. Opvallend is dat de evangelist Marcus het ‘verstand’ toevoegt aan het liefhebben van God met hart en ziel en de inzet van al uw krachten. Maar het blijft niet bij dit ene, eerste gebod. Er volgt er nog één. ‘Het tweede, aan dit gelijk, is….’ (NBV heeft dat vertaald met ‘het op één na belangrijkste…’ – dat lijkt me een lastige vertaling. Het suggereert een ordening die het ‘gelijk aan’ ontkracht). Maar lastig is het natuurlijk wel, die gelijkstelling. Hoe moeten we dat nu precies opvatten? Is de liefde voor mensen dan hetzelfde als de liefde voor God?

Miskotte heeft er indringend over geschreven, in een preek met de titel ‘Het geheim der humaniteit’. Als we dat doen, zegt Miskotte – als we Godsliefde en mensenliefde ident(iek) verklaren, dan zijn we in feite bezig God te ‘onttronen’. Hij noemt het een ‘gewelddadige uitleg, deze zeer geestelijke en zeer fijne knoeierij..’, ‘…een door en door fatsoenlijke wijze om Hem de deur te wijzen, de dingen zelf te beheren….’ Miskotte schreef deze preek ergens ten tijde van WOII of heel kort daarna. Hij heeft het over een tijd ‘waar de humaniteit geen voet meer aan de grond krijgt, ja, eventueel van ‘overheids’-wege bestraft wordt…’ De preek van Miskotte vind je via deze website:  https://www.miskottestichting.nl/index.php/digitaal/overige-teksten/preken

Bij dit spannende vraagstuk over de relatie tussen God liefhebben en mensen liefhebben koos ik het scherpe, bijna bijtende lied van Maarten van Roozendaal. De titel van het lied is al intrigerend: ‘Eerste gebod’. Het is alsof Van Roozendaal haarscherp heeft aangevoeld wat er gebeurt als in het samenleven van mensen ‘het liefhebben van God’ (het eerste gebod van alle) terzijde wordt geschoven en vervangen wordt door ‘mensenliefde’. Het lied zweept het egocentrisme van de mens die alle humaniteit is kwijtgeraakt steeds verder op. Tot op de verbijstering van de eenzaamheid in de laatste paar regels….

Alles draait om mij
Om mij alleen
Zo vreselijk alleen
Om mij

Share: