Lucas 9: 28-36 | Gegrepen
maart 16, 2025
Taylor Swift
Lucas 9: 28-36
Gerrit van Dijk
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Welke bijzondere momenten zou jij vast willen houden?
Vraag 2: Hoe zorg jij dat de herinnering levend blijft?

‘Gegrepen’

Een gevleugelde zin van onze tijd is “herinneringen maken”. Dat doe je tijdens de bijzondere reis die je maakt of de trip die je met je kind maakt na een examen en ga zo maar door. En het is zeker zo dat je mooie dingen kunt mee maken als je met iets anders bezig bent dan de dagelijkse dingen. Maar het kan ook uitlopen op een teleurstelling, omdat het weer tegenzit of degene met wie je samen bent stik chagrijnig is. Mooie momenten zijn niet maakbaar. Ze overkomen je en dan is de kunst om het te ervaren. Het is wat de Duitse socioloog Hartmut Rosa resonantie noemt. Je wordt geraakt bewogen door iets, door iemand. En je voelt je ineens meer levend en verbonden.

Zoiets gebeurt er naar mijn idee ook boven op de berg waar Jezus een paar van zijn leerlingen mee naar toe neemt. Voor hun ogen gaan Jezus stralen en ineens zijn Mozes en Elia erbij. Het is een overweldigende ervaring waarbij alles ineens op z’n plaats valt. Ik begrijp Petrus wel dat hij dit moment wilt vasthouden door tenten op te zetten. Herken je dat, van die momenten waarvan je zou willen dat ze nooit voorbij gaan? Dat de resonantie voor eeuwig doorgaat? Talyor Swift bezingt zo’n magisch moment in Enchanted en ze hoopt vurig dat het blijvend is.

Maar terwijl Petrus nog spreekt, glijdt er een wolk voor het stralende licht. Want zo gaat het. Je kunt gegrepen zijn door een moment, maar je kunt het moment niet vastgrijpen. De kunst is om door te leven in de schaduwen en de dalen van het leven, met de herinnering en het verlangen naar het licht.

Share:

Lucas 9: 28-36

28Ongeveer acht dagen nadat hij dit had gezegd ging hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29Terwijl hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30Opeens stonden er twee mannen met hem te praten: het waren Mozes en Elia, 31die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen. 32Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze wakker schoten, zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij hem stonden. 33Toen de mannen zich van hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia,’ maar hij wist niet wat hij zei. 34Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde. 35Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar hem!’ 36Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.