In Zeven Sloten Tegelijk

Lucas 15: 11-32

Lucas 15: 11-32 | In zeven sloten tegelijk
maart 30, 2025
Nobuts
Lucas 15: 11-32
Engele Wijnsma
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: In welke ‘sloten’ ben jij weleens terechtgekomen door verkeerde keuzes, en hoe kwam je daar weer uit?
Vraag 2: Schuld, schaamte en twijfel maakten dat de jongen eerst niet terug durfde te gaan? Welke van die drie dingen kun je het meest meevoelen?
Vraag 3: Wie van de twee zonen is nu eigenlijk de verloren zoon?
Vraag 4: De grote afwezige in het verhaal is de moeder. Toen Rembrandt een schilderij maakte over dit verhaal, gaf hij de vader een mannenhand en een vrouwenhand? https://nl.wikipedia.org/wiki/Terugkeer_van_de_Verloren_Zoon Deze Goddelijke Vader wordt zo ineens man en vrouw tegelijk. Wat vind je daarvan?
Vraag 5: Hoe kunnen wij mensen, die zich verloren voelen, helpen om dichter zichzelf te komen en dus dichter bij GOD?

‘In zeven sloten tegelijk’

De 40dagentijd op weg naar Pasen is vanouds een tijd van bezinning. Elk mens doet wel eens dingen waar je later spijt van hebt. Woorden of daden die je vervreemd hebben van GOD, anderen en jezelf. Het onderkennen van onze missers is het begin van herstel en opent de weg naar een Pasen vol liefde en leven.    

In zeven sloten tegelijk

Wie van ons heeft nooit een verkeerde keuze gemaakt? De jongste zoon in Lukas 15 is daar een perfect voorbeeld van. Hij vraagt zijn erfdeel op en vertrekt vol dromen naar een ver land. Maar zijn wilde avonturen eindigen in armoede en ellende. Letterlijk en figuurlijk belandt hij in de goot, tussen de varkens. Hij is in zeven sloten tegelijk gelopen.

Toch blijft hij daar niet. In zijn diepste ellende komt hij tot bezinning. “Bij mijn vader had ik het beter,” denkt hij. En hij besluit terug te gaan. Wat een moedige stap! Maar het mooiste is wat er daarna gebeurt: de vader ziet hem al van verre, rent naar hem toe en omarmt hem. Geen verwijten, geen afstand, maar liefde en herstel.

Hoe vaak lopen wij niet in zeven sloten tegelijk? We zoeken geluk buiten GOD, maken keuzes die die ons verwijderen van ons ware zelf en daarmee ook van GOD. Maar zoals de vader zijn zoon opwachtte, zo wacht GOD op ons. Hij staat klaar om ons te omarmen, hoe ver we ook zijn afgedwaald.

De verloren zoon had spijt, maar hij had ook hoop. Hoop dat zijn vader hem niet afwees. En hij kreeg meer dan hij ooit had durven dromen: een feest, een nieuw begin. De jongen uit het verhaal kwam op twee manieren thuis: Bij zijn vader en bij zichzelf. Zo nodigt GOD ons vandaag uit: keer terug, kom thuis, wees wie je bent. Het verhaal eindigt dan ook met geopende armen.

Share:

Lucas 15: 11 -32

11Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21“Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

25De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’