De steen in je hand

Johannes 7: 53 – 8:11

Johannes 7: 53 - 8: 11 | de steen in je hand
juli 20, 2025
Lauren Daigle
Johannes 7: 53 - 8:11
Gert Scholten
Gebruik in de dienst: Als reflectie na de overweging.
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Welke “steen” houd ik nog vast—tegen wie of wat?
Vraag 2: Durf ik mijn eigen fouten onder ogen te zien voordat ik die van anderen benoem?
Vraag 3: Hoe kan ik deze week iemand genade tonen in plaats van oordeel?

‘De steen in je hand’

Het is een bekend verhaal. Een vrouw wordt op overspel betrapt en voor Jezus gebracht. De wet is duidelijk. De straf is bekend. De menigte is klaar om te oordelen. Maar Jezus buigt zich neer en schrijft in het zand. Het blijft altijd een mysterieuze zin. Wat zou Hij geschreven hebben? Na een stilte zegt Hij “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”

Wat een indruk moeten die woorden hebben gemaakt. Zal het lang stil gebleven zijn? Ik zie het voor me. Eén voor één druipen ze af. Niemand zegt meer iets. Geen verweer. Geen discussie. Alleen de woorden die als een spiegel werken. Alleen Jezus en de vrouw blijven achter. En semi verbaasd zegt Jezus dan, rondom zich heen kijkend: “Heeft niemand u veroordeeld?” “Niemand, Heer.” “Ook ik veroordeel u niet. Ga heen, en zondig niet meer.”

Steeds weer ontroert deze scène mij. En steeds weer raakt het mij als rabbi Jezus de Thora uitlegt met zijn hart. Niet de letters, maar de geest van de wet. Hij verplaatst de nadruk op de zonde van de ander naar de verantwoordelijkheid van het eigen hart. Geen publiek spektakel van veroordeling. Er wordt niemand gecanceld. Hij kiest voor genade, zonder de waarheid te verzwijgen. Jezus zegt niet: “Alles is oké.” Hij zegt: “Ik veroordeel je niet. Maar leef anders.” Want dat is de weg van het Koninkrijk: waarheid én genade. Rechtvaardigheid én barmhartigheid. Gebroken maar tóch heel.

Ik laat me raken en probeer er voor te kiezen om de steen die ik in mijn hand heb te laten vallen. We stenigen elkaar genoeg. In de politiek. In het sociale leven. Onszelf, wellicht. Liever uitnodigen en spiegelen dan gooien. Liever dragen dan veroordelen. Liever liefhebben dan wijzen.

In “You Say” zingt Lauren Daigle in een prachtige ballad over identiteit, schuld en hoe Gods stem je roept tot genade. “You say I am loved when I can’t feel a thing…”

Share:

Johannes 7: 53 - 8: 11

53Daarop ging iedereen terug naar huis.

Vers 8: 1-11

Een vrouw op overspel betrapt

 

1Jezus ging naar de Olijfberg, 2en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. 3Toen brachten de schriftgeleerden en de farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en 4zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. 5Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ 6Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. 

 

7Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ 8Hij bukte zich weer en schreef op de grond. 9Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. 10Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ 11‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’