‘De steen in je hand’
Het is een bekend verhaal. Een vrouw wordt op overspel betrapt en voor Jezus gebracht. De wet is duidelijk. De straf is bekend. De menigte is klaar om te oordelen. Maar Jezus buigt zich neer en schrijft in het zand. Het blijft altijd een mysterieuze zin. Wat zou Hij geschreven hebben? Na een stilte zegt Hij “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”
Wat een indruk moeten die woorden hebben gemaakt. Zal het lang stil gebleven zijn? Ik zie het voor me. Eén voor één druipen ze af. Niemand zegt meer iets. Geen verweer. Geen discussie. Alleen de woorden die als een spiegel werken. Alleen Jezus en de vrouw blijven achter. En semi verbaasd zegt Jezus dan, rondom zich heen kijkend: “Heeft niemand u veroordeeld?” “Niemand, Heer.” “Ook ik veroordeel u niet. Ga heen, en zondig niet meer.”
Steeds weer ontroert deze scène mij. En steeds weer raakt het mij als rabbi Jezus de Thora uitlegt met zijn hart. Niet de letters, maar de geest van de wet. Hij verplaatst de nadruk op de zonde van de ander naar de verantwoordelijkheid van het eigen hart. Geen publiek spektakel van veroordeling. Er wordt niemand gecanceld. Hij kiest voor genade, zonder de waarheid te verzwijgen. Jezus zegt niet: “Alles is oké.” Hij zegt: “Ik veroordeel je niet. Maar leef anders.” Want dat is de weg van het Koninkrijk: waarheid én genade. Rechtvaardigheid én barmhartigheid. Gebroken maar tóch heel.
Ik laat me raken en probeer er voor te kiezen om de steen die ik in mijn hand heb te laten vallen. We stenigen elkaar genoeg. In de politiek. In het sociale leven. Onszelf, wellicht. Liever uitnodigen en spiegelen dan gooien. Liever dragen dan veroordelen. Liever liefhebben dan wijzen.
In “You Say” zingt Lauren Daigle in een prachtige ballad over identiteit, schuld en hoe Gods stem je roept tot genade. “You say I am loved when I can’t feel a thing…”