Johannes 6: 25-36 | Ruis
juli 13, 2025
Eefje de Visser
Johannes 6: 25 - 36
Gerrit van Dijk
Gebruik in de dienst: Na de Bijbellezing of na de preek
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Hoe kijk jij tegen Bijbelse wonderverhalen aan?
Vraag 2: Op welke manier vind jij balans in je leven tussen drukte en rust?
Vraag 3: Welke ‘influencers’ volg jij en hoe beïnvloeden deze je?
Vraag 4: Wat wil Jezus volgens jou duidelijk maken in dit verhaal?

‘Ruis’

Jezus heeft veel volgers. Je zou hem in de taal van nu een ‘influencer’ noemen. In het begin van het Johannesevangelie doet Jezus een aantal wonderen. Denk aan het water dat wijn wordt op de bruiloft in Kana en genezingen. Dat smaakt naar meer. Hoe stil je de honger van zo’n menigte? Jezus vraagt het zijn leerlingen. Die zijn sceptisch over hun middelen om genoeg eten te kopen. Maar er is een jongen met vijf broden en twee vissen. Jezus dankt en breekt en er is meer dan genoeg voor iedereen. Opnieuw een wonder en de mensen willen hem koning maken. Dat is reden genoeg voor Jezus om zich terug te trekken en de rust op te zoeken. Dat staat voor het stuk dat voor deze zondag op de rol staat. Want wat gebeurt er? De menigte laat het er niet bij zitten en volgt Jezus naar de overkant van het meer van Galilea.

Toen ik las hoe Jezus probeerde de rust op te zoeken, dacht ik aan een lied van Eefje de Visser, ‘Scheef’, dat begint met deze woorden:

“Ook hier is het druk en de mensen zijn praatgraag, ik pas me aan”

Het is niet mogelijk om uit de tekst te halen hoe Jezus zich precies gevoeld zal hebben, maar het intrigeerde mij nu opeens. Bij het broodverhaal gaat de aandacht bijna als vanzelf naar de leerlingen en de menigte en het wonderlijke gebeuren. En proberen we dat naar ons toe te vertalen: wat zegt zo’n oude geschiedenis ons nu nog? Zeker in onze moderne tijd waarin wonderen rationeel worden weg verklaard.

Maar wat maakte nu dat Jezus de eenzaamheid opzocht? Of vertellen de evangelisten (Johannes is niet de enige) dit om de menselijke kant van de Zoon van God te laten zien? In de film Jesus Christ Superstar (1973) zit een scène waarin Jezus belaagd wordt door zieken die allemaal aangeraakt willen worden. Jezus probeert ze allemaal te helpen, maar wordt platgedrukt door de menigte. Hier gebeurt hetzelfde. De mensen dringen op: ze willen meer wonderen, dan zullen ze geloven.
Is onze tijd heel anders? Ik geloof het eigenlijk niet. Ook nu lopen mensen achter influencers aan en willen ze idolen en ook sterke leiders. Jezus weigert een koningschap dat gebaseerd is op macht. De wonderlijke dingen die hij doet zijn ook niet bedoeld als toonbeeld van zijn macht. Maar wat wil hij dan wel? Dat lijkt me de (boter)ham vraag bij dit stuk. Kauw daar maar eens op als je naar Eefje de Visser luistert.

Share:

Johannes 6: 25-36

25Ze vonden hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?’ 26Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven.’ 28Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.

30Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen? 31Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien.