‘Water’
Op de televisie zijn de afgelopen tijd boeiende natuurdocumentaires te zien geweest over het leven op en onder water. Denk aan de serie ‘Wildernis onder water’ en ‘Ocean’ (van de beroemde natuurfilmer David Attenborough). Uit deze indrukwekkende documentaires blijkt hoe enorm belangrijk water is voor het leven op aarde. Ook in ons eigen land merken we hoe belangrijk het is dat er af en toe regen valt, in onze tuinen, op onze akkers. Af en toe en liefst niet teveel in eens, want dan gaat het tegenwoordig soms goed fout, met wateroverlast als gevolg. Oogsten mislukken of de opbrengst is veel kleiner dan verwacht. Maar te weinig is ook weer niet goed. De plantjes in de tuin verdorren en landbouwers mogen geen water meer uit de grond oppompen, waardoor hun gewassen verpieteren en soms zelfs doodgaan. Als er lange tijd geen druppel uit de lucht komt, dan krijgen we ook allerlei tips om spaarzaam met water om te gaan, om een tekort aan drinkwater te voorkomen.
Water is kostbaar. Water is nodig om te kunnen leven, om groenten en fruit te kweken en dieren te laven. Wanneer er geen water meer is, komt ons leven in gevaar. Zo was het ook toen de Bijbel werd geschreven. Daarom vond men dat het woord van God het best te vergelijken was met water. Net als water geeft dat woord leven aan de mens, redt het mensen van de dood, biedt het levenskwaliteit voor ieder afzonderlijk en voor de samenleving.
Water is een oersymbool, een natuurelement, waar alle leven afhankelijk van is. In elke cultuur of religie heeft water een veelzijdige betekenis. Het is nooit alleen maar iets om te gebruiken. Het kan symbool zijn van leven, van reiniging, bevrijding, maar ook van dood.
In het verhaal van de Vrouw bij de bron, zien we twee betekenissen van water: de gewone betekenis die iedereen eraan geeft: ‘stromend water’, ‘bronwater’. In tegenstelling met ‘stilstaand water’ uit reservoirs die het regenwater opvingen. Maar water krijgt in de loop van het verhaal een tweede, een nieuwe betekenis: zoals we water nodig hebben om te leven, zo hebben we Jezus nodig als we echt willen leven. Als Jezus spreekt over het ‘levende water’ dat eens en voorgoed de dorst lest, heeft Hij het over de heilige Geest. Wie door die Geest wordt aangestoken en erin ondergedompeld, wordt zelf een bron van levend water. Hij of zij kan de Geest aan anderen doorgeven. Zo zijn mensen in staat om voor elkaar reinigend, lavend en verkwikkend te werken en elkaar tot echt leven te wekken.