Johannes 4: 4-18 | Water
juli 6, 2025
Michael Schulte & R3HAB
Johannes 4: 4-18
Maroesjka Sleegers
Gebruik in de dienst: Aan het eind van de viering, als een soort van slotgedachte
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Wat doet water met jou? Hou je van water? Om te drinken, om er in te zwemmen en te spelen?
Vraag 2: Heb jij ook weleens het gevoel dat je overspoeld wordt door allerlei gebeurtenissen waar je geen vat op hebt? Ga je dan in verzet? Of ga je mee met de stroom, tot die weer tot rust is gekomen?
Vraag 3: Kijk als het geregend heeft eens om je heen. Kijk naar de pracht van de druppels op bladeren en bloemen. Snuif de heerlijke geur op na een frisse regenbui en realiseer je dat je misschien wel een nat pak hebt gehaald toen je aan het fietsen was, maar dat de natuur die regen heel goed kan gebruiken.
Vraag 4: Ben jij je ervan bewust hoeveel water je gebruikt? Meestal gebruiken we schoon drinkwater om onze toiletten mee door te spoelen, of onze tuin te sproeien, terwijl dat best anders kan. Hoeveel water gaat er niet verloren doordat we het koude water eerst weg laten stromen, voordat we ons wassen met lekker warm water. Zou jij zuiniger om kunnen gaan met water?

‘Water’

Op de televisie zijn de afgelopen tijd boeiende natuurdocumentaires te zien geweest over het leven op en onder water. Denk aan de serie ‘Wildernis onder water’ en ‘Ocean’ (van de beroemde natuurfilmer David Attenborough). Uit deze indrukwekkende documentaires blijkt hoe enorm belangrijk water is voor het leven op aarde. Ook in ons eigen land merken we hoe belangrijk het is dat er af en toe regen valt, in onze tuinen, op onze akkers. Af en toe en liefst niet teveel in eens, want dan gaat het tegenwoordig soms goed fout, met wateroverlast als gevolg. Oogsten mislukken of de opbrengst is veel kleiner dan verwacht. Maar te weinig is ook weer niet goed. De plantjes in de tuin verdorren en landbouwers mogen geen water meer uit de grond oppompen, waardoor hun gewassen verpieteren en soms zelfs doodgaan. Als er lange tijd geen druppel uit de lucht komt, dan krijgen we ook allerlei tips om spaarzaam met water om te gaan, om een tekort aan drinkwater te voorkomen.

Water is kostbaar. Water is nodig om te kunnen leven, om groenten en fruit te kweken en dieren te laven. Wanneer er geen water meer is, komt ons leven in gevaar. Zo was het ook toen de Bijbel werd geschreven. Daarom vond men dat het woord van God het best te vergelijken was met water. Net als water geeft dat woord leven aan de mens, redt het mensen van de dood, biedt het levenskwaliteit voor ieder afzonderlijk en voor de samenleving.

Water is een oersymbool, een natuurelement, waar alle leven afhankelijk van is. In elke cultuur of religie heeft water een veelzijdige betekenis. Het is nooit alleen maar iets om te gebruiken. Het kan symbool zijn van leven, van reiniging, bevrijding, maar ook van dood.

In het verhaal van de Vrouw bij de bron, zien we twee betekenissen van water: de gewone betekenis die iedereen eraan geeft: ‘stromend water’, ‘bronwater’. In tegenstelling met ‘stilstaand water’ uit reservoirs die het regenwater opvingen. Maar water krijgt in de loop van het verhaal een tweede, een nieuwe betekenis: zoals we water nodig hebben om te leven, zo hebben we Jezus nodig als we echt willen leven. Als Jezus spreekt over het ‘levende water’ dat eens en voorgoed de dorst lest, heeft Hij het over de heilige Geest. Wie door die Geest wordt aangestoken en erin ondergedompeld, wordt zelf een bron van levend water. Hij of zij kan de Geest aan anderen doorgeven. Zo zijn mensen in staat om voor elkaar reinigend, lavend en verkwikkend te werken en elkaar tot echt leven te wekken.

Share:

Johannes 4: 4-18

4Daarvoor moest hij door Samaria heen. 5Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 
9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 
13‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’