‘Piëtà’
Piëtà: ik kan me voorstellen dat je niet direct weet wat dat is. Het woord ‘Piëtà’ betekent zoiets als ‘compassie’, ‘medelijden’. In de kunstgeschiedenis gaat het meestal om een afbeelding van de gestorven Jezus Christus in de armen van zijn moeder Maria. Een beeldhouwwerk, of een schilderij. Als je op zo’n schilderij naar de ogen van Maria kijkt, dan lees je in haar ogen iets van het diepste verdriet dat een mens kan overkomen in zijn of haar leven. De moeder rouwt om haar gestorven zoon. Ze staat symbool voor het ergste dat een mens kan treffen. Het leed van de wereld weerspiegelt zich in de ogen van de treurende moeder.
In het nummer ‘Piëtà’ van Boudewijn de Groot hoor je dat ook. Het lied beschrijft hoeveel verwoesting en narigheid er in onze wereld is. Dat heeft geen toelichting nodig, lijkt mij. Maar dan neemt het plotseling een wending. Er wordt een vrouw zichtbaar. In het zwart gekleed. In haar armen haar gestorven zoon. Maar ze treurt niet alleen. Ze biedt ook troost en vrede. Ondanks haar verdriet. Dat viel me op aan deze popsong: de treurende moeder biedt troost en vrede voor een wereld die wanhopig verdeeld en gewelddadig is.
Mag ik dat verbinden met onze bijbellezing uit Johannes 3? Het betreft een van de bekendste verzen uit de bijbel. Joh.3: 16: ‘Want alzo lief had God de wereld’. Let wel: ‘de wereld’. Dus niet: ‘de kerk’, of ‘mij’. Of: ‘de uitverkorenen’. Nee, veel meer dan dat alles, namelijk: ‘de wereld’. Dit vers uit de bijbel herinnert ons aan Gods liefde voor een verscheurde wereld. In het lied van Boudewijn de Groot biedt juist de treurende moeder toch troost en vrede. Zo biedt God in Jezus Christus troost en vrede. Juist door Zijn lijden toont Hij Gods liefde voor deze wereld, biedt Hij hoop en perspectief. Het laatste woord zal niet aan chaos en verwoesting zijn. Het laatste woord is niet aan dood en aan verdriet. Want God heeft deze wereld lief.