Johannes 3: 1-13 | Als nieuw
januari 19, 2025
Paul de Munnik
Johannes 3: 1-13
Esther Weijenberg
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Met wie zou je weleens een goed gesprek willen hebben?
Vraag 2: Wat geeft jou houvast in het leven en in het geloof?
Vraag 3: Waardoor word jij bewogen?

‘Als nieuw’

Als mensen zoeken we in het leven op allerlei manieren naar houvast. ‘Hoe meer zekerheid, hoe beter’, zo is vaak de gedachte. Ook het geloof kan ons houvast geven. Voor Nikodemus bestond daarover geen enkele twijfel. Hij was iemand die behoorde tot de groep van de Farizeeërs. Een stroming die erom bekend stond de geloofsvoorschriften serieus te nemen. Het nauwgezet volgen van regels en bepalingen gaf hen houvast.

Toch verlaat Nikodemus op een nacht het vertrouwde nest. Hij weet dat Jezus veel wondertekenen heeft gedaan en stelt op grond daarvan vast dat Hij een door God gezonden leraar moet zijn. Jezus gaat niet op zijn constatering in, maar reageert met de woorden dat alleen wie opnieuw geboren wordt het koninkrijk van God kan zien. 

Want om de wereld te zien die God voor ogen heeft, moet je niet focussen op allerlei wondertekenen en gaat het er ook niet om of je strikt vasthoudt aan regels en bepalingen. Jezus vraagt Nikodemus om los te laten en als nieuw in het leven te staan. Durf je van de veilige, gebaande paden af te wijken en het onzekere water in te gaan. Durf je de sprong te wagen? Durf je kopje-onder te gaan om als nieuw weer boven te komen? 

Of, zoals Paul de Munnik het bezingt in het lied ‘Nieuw’:

En ik was vrij
Ik was mezelf die ik geweest was
Vergeten in de stilte
Ik vond de bodem
Voor een nieuw bestaan

Aanvankelijk lijkt Nikodemus onbewogen huiswaarts te keren. Maar later blijkt dat er wel degelijk iets in beweging is gekomen. Meer en meer durft Nikodemus het vertrouwde los te laten en zich mee te laten voeren op de wind van Gods Geest! Als nieuw!

Share:

Johannes 3: 1-13

1Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. 2Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ 3Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ 

4‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ 5Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. 6Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. 7Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. 8De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’ 

9‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus. 10‘Begrijpt u dit niet,’ zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent? 11Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. 12Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?