‘Als nieuw’
Als mensen zoeken we in het leven op allerlei manieren naar houvast. ‘Hoe meer zekerheid, hoe beter’, zo is vaak de gedachte. Ook het geloof kan ons houvast geven. Voor Nikodemus bestond daarover geen enkele twijfel. Hij was iemand die behoorde tot de groep van de Farizeeërs. Een stroming die erom bekend stond de geloofsvoorschriften serieus te nemen. Het nauwgezet volgen van regels en bepalingen gaf hen houvast.
Toch verlaat Nikodemus op een nacht het vertrouwde nest. Hij weet dat Jezus veel wondertekenen heeft gedaan en stelt op grond daarvan vast dat Hij een door God gezonden leraar moet zijn. Jezus gaat niet op zijn constatering in, maar reageert met de woorden dat alleen wie opnieuw geboren wordt het koninkrijk van God kan zien.
Want om de wereld te zien die God voor ogen heeft, moet je niet focussen op allerlei wondertekenen en gaat het er ook niet om of je strikt vasthoudt aan regels en bepalingen. Jezus vraagt Nikodemus om los te laten en als nieuw in het leven te staan. Durf je van de veilige, gebaande paden af te wijken en het onzekere water in te gaan. Durf je de sprong te wagen? Durf je kopje-onder te gaan om als nieuw weer boven te komen?
Of, zoals Paul de Munnik het bezingt in het lied ‘Nieuw’:
En ik was vrij
Ik was mezelf die ik geweest was
Vergeten in de stilte
Ik vond de bodem
Voor een nieuw bestaan
Aanvankelijk lijkt Nikodemus onbewogen huiswaarts te keren. Maar later blijkt dat er wel degelijk iets in beweging is gekomen. Meer en meer durft Nikodemus het vertrouwde los te laten en zich mee te laten voeren op de wind van Gods Geest! Als nieuw!