‘Wanneer hoop je netten vult‘
Daar, aan de oever van het meer van Tiberias, daar was het allemaal begonnen. Ze waren destijds ook druk geweest met hun netten en boten, de vissers uit Galilea. Hij riep hen bij hun netten vandaan: ‘Volg mij!’. En ze luisterden naar die stem, volgden hem, 3 jaar lang.
Maar als ze vandaag weer gaan vissen is de sfeer heel anders. Er is veel gebeurd in de afgelopen jaren. Met name de laatste weken waren moeilijk. Ze hadden met eigen ogen de marteling gezien, de kruisiging, het lijden en sterven van Jezus. Voorbij….de droom leek uiteen gespat, de idealen verdampt. Dood is immers dood?
‘Ik ga maar weer vissen’, zegt Petrus, en de anderen volgen hem. Het klinkt vermoeid, teleurgesteld, het klinkt naar wat in de muziek vaak wordt omschreven met de ‘blues’: weemoed, nostalgie, verdriet om wat niet meer is. Fishermen Blues, de teleurstelling van de vissers aan de oever van het meer van Tiberias.
Vandaag staat Hij daar weer, op die vertrouwde plek, waar alles begon. Hij verjaagt de blues en roept op tot een nieuw begin. Noem het maar een tweede roeping. En eigenlijk begint het nu pas. Nu begint hun opdracht. Het verhaal over de opgestane Heer moet worden gedeeld, verteld. Dat is hun nieuwe roeping. De symboliek van de netten (eerst leeg, dan overvol) houdt een belofte in: vergeet je blues, richt je op de opdracht die ik je geef en je zult gezegend zijn.
Je kunt de blues ervaren als het gaat om kerk en geloof. Als je vragen onbeantwoord lijken te blijven, als twijfel je overvalt, als je om je heen leed, onrecht en oorlogen ziet. Daar is alle begrip voor. Jezus veroordeelt de leerlingen op het meer niet. Hij laat ze in de symboliek van de visnetten zien waar hun hoop ligt: bij hun roeping, hun taak, hun verantwoordelijkheid.
Ontvang het licht, en wees licht voor wie God op je pad brengt.