Houd me niet vast
Het graf is leeg! Johannes en Petrus trekken een sprintje om zo snel mogelijk met eigen ogen te zien dat het graf daadwerkelijk leeg is. Ze kijken rond, zien dat er geen lichaam meer te vinden is en gaan weer naar huis. Vers 9 zegt dat ze het nog niet begrepen waarom het graf leeg was. Zoals mannen misschien wat eigen, kijken ze rond, concluderen dat er verder niets is te zoeken, keren kortdaad om en gaan weer naar huis. Het staat er haast wat zakelijk. Over wat het met hen doet lees je niet.
Hoe anders bij Maria. Zij was al bij het graf geweest en komt achter de mannen aan en blijft alleen achter in de graftuin. Ze huilt. Ze geeft ruimte aan het lege graf en haar lege hart en laat haar tranen vloeien. Als ze zich omkeert staat daar de tuinman/Jezus. Pas als hij haar naam noemt herkent ze Hem en stel ik me voor dat ze hem vastgrijpt. ‘Laat me nooit meer los’, moet ze hebben gedacht. En zoals Meis het zingt: ‘In je armen is het noodweer even niet te vinden’. En even verder: ‘Nu is het veilig, nu is het fijn. Hier in de luwte, tijd staat op stop. Laat niets ertussen, laat me niet los. Nu nog geen einde, nu nog geen twijfel, nu is het veilig, nu is het fijn….’
Ik kan me zo goed voorstellen dat Maria Jezus vast wil houden. Logisch als een geliefde weer tot leven komt. Toch? Jezus zegt echter ‘Houd me niet vast’. Voor Maria lijkt me dat een pittige klus. In al je verwarrende gevoelens meteen weer loslaten wat je vast hebt. Jezus lijkt haar duidelijk te willen maken dat de opstanding niet van haar is maar voor iedereen. Jezus is geen bezit van zijn geliefde discipelen, maar zijn opstanding is als een steen in de vijver waarvan de rimpelingen voor altijd doorgaan en iedereen willen raken (dat doet me trouwens weer denken aan het prachtige liedje van Bruce Cockburn – Cry of a tiny babe).