Jesaja 58: 6-10 | En nu dan?
maart 1, 2026
Harry Styles
Jesaja 58: 6-10
Marissa van Meijl
Gebruik in de dienst: Kyrie of bij Avondmaal
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Heb jij wel eens gemerkt dat er iets fundamenteel veranderde? Dat je ineens doorhad: wat eerst werkte, doet het niet meer?
Vraag 2: Wat deed dat met je — onrust, leegte, misschien ook ruimte?
Vraag 3: En wat gebeurt er als je je blik anders richt? Komen er dan misschien mensen in beeld die jouw aandacht nodig hebben?

‘En nu dan?!’

Soms komt er een moment waarop je merkt: zoals het altijd ging werkt het niet meer. Niet met lawaai. Maar stil. Je doet wat je altijd deed, maar het draagt niet meer. Alsof de zwaartekracht even is weggevallen. Je staat nog wel, maar niets klopt echt.

Dat is het gevoel dat klinkt in As It Was. You know it’s not the same as it was
(je weet: het is niet meer zoals het was). Alsof iets je tegenhoudt, alsof je wordt teruggetrokken (gravity’s holding me back — de zwaartekracht houdt me tegen). Geen drama. Geen oplossing. Alleen dat eerlijke besef: en nu dan?

Ook Jesaja 58 begint precies daar. Bij een wereld die herkenbaar is, maar niet meer werkt. Mensen vasten, bidden, zoeken God — maar ondertussen blijven onrecht en uitsluiting bestaan. Alsof God duidelijk maakt: zo werkt het niet meer.

En dan — pas dan — verschuift de tekst. Niet naar grote plannen. Niet naar snelle antwoorden. Maar naar doen wat wél kan. Brood delen. Iemand zien. Niet wegkijken. Geen heroïek. Wel een beweging. Een hand die wordt uitgestoken,
juist wanneer iemand anders de grond even niet voelt.

Dat kan heel klein zijn. Naast iemand gaan zitten die altijd alleen zit. Een appje sturen omdat je voelt: ik heb je al een tijd niet gezien. Iemand laten mee-eten, mee-fietsen, mee-hangen — gewoon, zodat niemand onzichtbaar blijft.

Jesaja zegt niet: heel eerst jezelf. Hij zegt: vergeet de ander niet.

Share:

Jesaja 58: 6-10

6Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt is, je bekommeren om je medemensen?
 
8Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult spoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede. 9Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: ‘Hier ben Ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,
10wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.