Wat landt in een mensenleven?

Jesaja 55: 6 – 13 en Matteüs 13: 1 – 9 en 18 – 23

Jesaja 55: 6-13 en Matteüs 13: 1-9 en 18-23
juli 12, 2026
Nick Cave & The Bad Seeds
Jesaja 55: 6–13 en Matteüs 13: 1–9 en 18–23
Engele Wijnsma
Gebruik in de dienst: Voor de lezing als verrassende richtingswijzer die kwetsbaar en open maakt. Idealiter bekijk je de clip zowel voor als na de lezing.
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Welke woorden — uit een lied, een gesprek of een Bijbeltekst — zijn in jouw leven langzaam gaan wortelen?
Vraag 2: Waardoor raakt in jouw leven soms ondergesneeuwd wat juist aandacht, rust en diepgang nodig heeft?
Vraag 3: Wat zou het betekenen om iemand of iets werkelijk te vertrouwen, zonder alles te willen beheersen?
Vraag 4: Waar heb jij meegemaakt dat een woord, een inzicht of een gebaar pas veel later vrucht bleek te dragen?

‘Wat landt in een mensenleven’

De gelijkenis van de zaaier uit Mattheüs 13 wordt vaak gelezen als een lesje: zorg dat jij goede aarde bent. Maar daarmee maken we het verhaal misschien netter dan het is. Jezus vertelt geen verhaal over keurige groei, maar over een zaaier die zaait in een wereld waarin veel verloren gaat. Zaad valt op de weg, op steenachtige bodem, tussen de dorens en pas daarna ook in goede aarde. De zaaier wacht niet tot de omstandigheden ideaal zijn. Hij zaait ook waar de kans op mislukking groot is.

Juist daarom is het mooi dat naast Mattheüs ook Jesaja 55 klinkt. Daar wordt Gods woord vergeleken met regen en sneeuw die de aarde doordrenken en vruchtbaar maken. Het woord is niet alleen zaad, maar ook water: iets dat ons raakt, binnendringt en soms pas veel later zichtbaar vrucht draagt. Jesaja spreekt tegen mensen die dorheid kennen — mensen bij wie het leven niet vanzelf bloeit. Juist tegen hen klinkt: ‘Gods woord keert niet vruchteloos terug’.

In ‘Into My Arms’ zingt Nick Cave vanuit diezelfde kwetsbare ruimte. Hij bezingt geen groot geloof en geen stoere zekerheid. Hij zegt juist dat hij niet gelooft in een God die alles regelt. En toch vertrouwt hij een geliefde toe aan iets dat groter is dan hijzelf. Dat maakt dit lied zo raak bij de gelijkenis van de zaaier. Want ook de zaaier laat los. Hij houdt het zaad niet vast tot hij garanties heeft. Hij werpt het uit handen.

Misschien is dat de vraag van deze zondag: wat landt in ons leven werkelijk? En wat durven wij werkelijk te vertrouwen, zonder alles te willen beheersen?

p.s. luister hem hier met Nederlandse ondertiteling: https://www.veed.io/view/35607aff-cee0-4d48-b7a4-0401f19b6e5b?panel=share

Share:

Jesaja 55: 6 - 13

6Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. 7Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode  plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEERdie zich over hem zal ontfermen;
laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven. 8Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER9Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen.
 
10Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten – 11zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.
 
12Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten, en alle bomen zullen in de handen klappen. 13Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtenstruiken. Zo zal de HEER zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken.

Matteüs 13: 1 - 9 en 18 - 23

Gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel
1Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. 2Er kwam een grote mensenmassa om hem heen staan, en daarom ging hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. 3Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. 4Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 5Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. 6Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. 7Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. 8Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. 9Laat wie oren heeft goed luisteren!’
 
18 – 23
18Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 20Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. 22Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. 23Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’