Wakker geschud

Jeremia 1: 1-19

Jeremia 1: 1-19 | Wakker geschud
juni 15, 2025
Avicci
Jeremia 1: 1-19
Janos Schellevis
Gebruik in de dienst: Bij de lezing
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Het groeiproces naar volwassen worden overslaan, wil jij dat ook weleens? Zet dan dit nummer op als je er hevig naar verlangt. Wat doet dat met je?
Vraag 2: Heb je weleens een ‘wake up –(call)’ beleefd waardoor je je opeens ‘groot’ voelde? Op welk moment was dat?
Vraag 3: Probeer je eens met Jeremia te identificeren en realiseer je dan dat God ook nu nog door mensen profetisch spreekt. Soms ook in het klein en misschien wel door jou!
Vraag 4: Wist je dat het andersom ook voorkomt? Dat volwassen mensen soms graag even weer jong zijn en zo onbezorgd willen leven?! Geniet er dus ook maar van!

‘Wakker geschud’

Ze vertellen me dat ik te jong ben om het te begrijpen, zingt Avicii (They tell me I’m too young to understand) en dat denkt Jeremia ook over zichzelf aan het begin (vers 6) van het Bijbelboek: ‘Nee, Heer mijn God, ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong’. De zanger worstelt in zijn lied ook met onzekerheid over zijn pad: Ik weet niet waar het avontuur gaat eindigen, maar ik weet wel waar het begint (I can’t tell where the journey will end, but I know where to start.) Zowel de zanger als Jeremia aarzelen over hun ‘zijn’ en zullen uiteindelijk een hoger doel moeten vertrouwen.

God zegt tegen Jeremia dat hij zich geen zorgen moet maken over zijn leeftijd of ervaring want (vers 9) ’ik leg mijn woorden in jouw mond’. De boodschap van het nummer van Avicii loopt er parallel aan: Het leven zal met mij geleefd worden als ik m’n ogen niet open doe. Maar dat vind ik oké (Life will pass me by if I don’t open up my eyes, well that’s fine by me) De zanger moet ook luisteren naar de oproep om het onbekende te omarmen, net zoals Jeremia zo in no time opgeleid wordt tot Gods spreekbuis en profeet. Het lijkt wel of Avicii dan het liefst wil dat het ook opeens zover is dat hij volwassen gegroeid is en alles begrijpt en aan kan. Hij zingt dan Maak me dus maar wakker wanneer het over is. Wanneer ik wijzer en ouder ben (So wake me up when it’s all over. When I’m wiser and I’m older).

Jeremia hoeft echter geen groeiproces door te maken, want God geeft hem (in vers 10) nu op deze dag gezag over alle koninkrijken en volken. Hij is voor God direct al de profeet en gaat straks (vers 17) alles zeggen wat God hem opdraagt. Als de zanger zijn wake up na zijn persoonlijke reis en ontwikkeling heeft gehad is hij ook ‘opeens’ volwassen. En dat horen we terug in de overgang van rustige akoestische klanken naar krachtige elektronische beats. Zo is deze popsong niet alleen een lied over zelfreflectie, maar ook een krachtige metafoor voor het pad dat Jeremia gaat die er ook opeens staat als profeet!

Share:

Jeremia 1: 1-19

1Hier volgen de woorden van Jeremia, de zoon van Chilkia, afkomstig uit een priestergeslacht uit Anatot in het gebied van Benjamin. 2De HEER richtte zich tot hem in het dertiende jaar dat koning Josia, de zoon van Amon, over Juda regeerde. 3Ook sprak hij tot hem tijdens de regering van koning Jojakim, de zoon van Josia, en in de jaren daarna, tot het einde van het elfde regeringsjaar van Sedekia, de zoon van Josia. In de vijfde maand van dat jaar werd Jeruzalem in ballingschap gevoerd.

Jeremia geroepen

4De HEER richtte zich tot mij: 5‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ 6Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ 7Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. 8Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’ 9En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond. 10Nu, op deze dag, geef ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten.’

11De HEER richtte zich tot mij: ‘Wat zie je, Jeremia?’ Ik antwoordde: ‘Ik zie een amandeltwijg.’ 12‘Dat zie je goed,’ zei de HEER, ‘zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.’

13De HEER richtte zich opnieuw tot mij: ‘Wat zie je?’ Ik zei: ‘Ik zie een gloeiend hete kookpot die vanuit het noorden overhelt.’ 14De HEER zei: ‘Vanuit het noorden zal onheil over alle inwoners van dit land worden uitgestort. 15Ik roep de volken van alle koninkrijken uit het noorden op – spreekt de HEER. Ze zullen dit land binnenvallen en hun tronen voor de poorten van Jeruzalem zetten, rondom de muren en om alle andere steden van Juda. 16Ik zal het volk vonnissen voor al het kwaad dat het heeft gedaan. Ze hebben mij verlaten, wierook gebrand voor andere goden en geknield voor wat ze zelf gemaakt hebben. 17Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat ik je opdraag. Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal ik jou angst aanjagen in hun bijzijn. 18Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk. 19Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’