Wakker geschud

Haggaï 1: 1-15

Haggaï 1: 1-15 | Wakker geschud
oktober 19, 2025
The National
Haggaï 1: 1-15
Dick Sluiter
Gebruik in de dienst: Inleiding overdenking
We hebben een aantal vragen voor je bedacht om verder na te denken over deze overdenking.
Vraag 1: Herken je dat gevoel zo druk met je eigen leven te zijn, dat je geen tijd hebt om je echt wat aan te trekken van andermans zorgen?
Vraag 2: Leven we in een ‘fake empire’ (nep koninkrijk) zoals The National zingt? Waarom wel of waarom niet?
Vraag 3: Laat jij je wakker schudden door God? Voel je de oproep om te bouwen aan zijn tempel, zijn koninkrijk?
Vraag 4: En de vervolgvraag: als je dat voelt, hoe doe je dat dan? Hoe ziet dat er concreet uit?

‘Wakker geschud’

We lezen uit Haggaï, een van de Twaalf (of Kleine) Profeten uit het Oude Testament. Dit Bijbelboek laat zich samenvatten als een oproep tot de herbouw van de tempel in Jeruzalem. Deze tempel lag er namelijk, sinds de Babylonische verovering, bij als een ruïne.

De profeet Haggaï legt in ons tekstgedeelte van vandaag een verband tussen het slechte (economische) leven van de Joden en de slechte staat van de tempel. Zijn woorden blijken indruk te maken, maar er zijn ook twijfels. Gelukkig geeft God andermaal zijn belofte dat Hij er bij zal zijn en dat zorgt uiteindelijk voor vertrouwen (in de bouw).

The National zingt, bij monde van zanger Matt Berninger, over een Fake Empire, oftewel een nep koninkrijk, een namaak koninkrijk. De huidige maatschappij, Amerika, maar je kunt hier moeiteloos vele andere landen invullen, inclusief Nederland, gaat ten onder aan hedonisme en escapisme, zingt Berninger. Iedereen is zo veel met zichzelf bezig, dat men geen tijd heeft om zich met de grote zaken te bekommeren. En ons eigen koninkrijk waar wij zo in geloven, is allang geen sterk koninkrijk meer, maar één die op zijn retour is. De tekstregels in het refrein: “We’re half awake in a fake empire” (Vrij vertaald: We zijn maar half wakker, half aanwezig, in deze wereld, in dit koninkrijk, dat op instorten staat) winden er geen doekjes om.

De parallellen met Haggai laten zich wel raden. De profeet beschuldigt de Joden ook van hedonisme en escapisme. Ze hebben het vooral goed voor zichzelf gemaakt, maar het huis van God ligt in puin. God moet een profeet sturen om ze niet half, maar helemaal wakker te schudden. Een profeet die het vertrouwen in God moet herstellen, maar ook het vertrouwen in eigen kunnen. Zodat ze (we!), eenmaal wakker geschud, weer aan het werk van God, aan zijn tempel en het koninkrijk kunnen werken, in plaats van te vertrouwen op vluchtig, goedkoop en namaak.

Share:

Haggaï 1: 1-15

Over de herbouw van de tempel

1In het tweede regeringsjaar van koning Darius, op de eerste dag van de zesde maand, richtte de HEER zich bij monde van de profeet Haggai tot Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tot Jozua, zoon van Josadak en hogepriester: 2‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Dit volk beweert dat de tijd nog niet gekomen is om de tempel van de HEER weer op te bouwen. 3Maar,’ zo sprak de HEER bij monde van de profeet Haggai, 4‘is de tijd dan wel gekomen om zelf in mooi afgewerkte huizen te wonen? En dat terwijl mijn huis nog een ruïne is! 5Nu dan – dit zegt de HEER van de hemelse machten: Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na! 6Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten. 7Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Welke weg zijn jullie eigenlijk ingeslagen? 8Ga naar de bergen, haal daar hout en bouw mijn huis weer op. Met vreugde zal ik het aanvaarden en er mij in al mijn luister tonen – zegt de HEER9Jullie hebben veel verwacht, maar hoe weinig is het geworden, en wat jullie wél binnenhaalden, is door mijn adem vernietigd. En waarom? – spreekt de HEER van de hemelse machten. Omdat mijn huis nog altijd een ruïne is, terwijl ieder van jullie zich uitslooft voor zijn eigen huis. 10Daarom onthoudt de hemel jullie zijn dauw en brengt de aarde niets meer op. 11Ik heb het land en de bergen, het koren, de wijn en de olie, al wat de aarde opbrengt, ieder mens en elk dier, en alles wat jullie moeizaam tot stand hebben gebracht, met droogte getroffen.’

12Zerubbabel, zoon van Sealtiël, en Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en wie er van het volk nog over waren, luisterden naar de oproep die de HEER, hun God, had gedaan; ze luisterden naar de woorden van de profeet Haggai, die door de HEER, hun God, gezonden was. En het volk werd vervuld van vrees voor de HEER13Maar Haggai, de bode van de HEER, zei in opdracht van de HEER tot het volk: ‘Ik ben bij jullie – spreekt de HEER.’

14Zo zette de HEER Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en wie er van het volk nog over waren, ertoe aan te beginnen met het herstel van de tempel van de HEER van de hemelse machten, hun God. 15Ze gingen aan het werk op de vierentwintigste dag van de zesde maand.